Home » Enrique Santos Discépolo

Enrique Santos Discépolo

Componist, tekstschrijver, dichter, acteur en toneelschrijver.
Geboren als  Discépolo, Enrique Santos op 27 maart 1901 (Buenos Aires).
Bijnaam: Discepolín.
Overleden op 23 december 1951 (Buenos Aires).

Inhoud

Gepubliceerd 24 mei 2026

Enrique Santos Discépolo

Inleiding

Enrique Santos Discépolo heeft heel wat tangoklassiekers op zijn naam staan die tot op vandaag nog op milonga’s te horen zijn. Denk maar aan ‘Yira yira’ of ‘Alma de bandoneón’. Hij stond bekend als existentialist wat zijn teksten inspireerde die vandaag nog altijd aanspreken.
Hij was een steun voor zijn vrienden die bij hem in nood altijd konden aankloppen.

Enrique Santos werd geboren in de wijk Balvanera [1] in Buenos Aires. Na het overlijden van zijn ouders moest hij bij familieleden gaan wonen die er zeer strenge regels op nahielden. Uiteindelijk ging hij bij zijn dertien jaar oudere broer Armando Discépolo [2] wonen die toneelschrijver en regisseur was.

Zijn tango’s werden in Europa en Amerika populair en hij bezocht de meest uiteenlopende landen. Met zijn eigen woorden “Yo tengo alma de valija, pero de valija que vuelve” (Ik heb de ziel van een valies, maar van een valies dat terugkeert).
Hij had een 24-jaardurende relatie met de Spaanse zangeres Tania.

[1] en [2]

[1] Balvanera is een historische, levendige wijk in Buenos Aires ten noorden van Parque Patricios tussen Almargo en Montserrat. Het was oorspronkelijk een parrochie en werd een belangrijk Door de natuurlijke groei en de ontwikkeling van het spoorwegnet begon de wijk rond die tijd deel uit te maken van de stad. De buurt staat bekend om zijn tango-erfgoed (Gardel) en diverse musea.
[2] Armando Discépolo (1887 Buenos Aires – 1971 id) was theaterregisseur en toneelschrijver, grondlegger van het dramatische subgenre ‘criollo grotesco’ en auteur van diverse klassiekers uit het Argentijnse theater.

Home  Terug naar Inhoud  Start

Jeugdjaren

Enrique begon jong te acteren in kleine rollen onder leiding van zijn broer. Armando was regisseur, auteur en grondlegger van het zogenaamde ‘grotesco criollo’-theater, een dramatisch genre met Italiaanse wortels. Vanaf 1917 schreef Enrique zelf ook toneelstukken.

Zijn schrijverstalent werd gevormd door lezingen en intellectuele bijeenkomsten die thuis plaatsvonden of aan de overkant van de straat, bij de schilder Abraham Vigo [3]. Daar kwamen figuren van allerlei slag samen, onder meer toneelschrijver Juan Palazzo, beeldhouwer Riganelli, historicus Torre Revello, schilder Benito Quinquela Martín, violist Juan de Dios Filiberto en vakbondsman Santiago Stagnaro [3]. Het waren lange vruchtbare nachten met discussies over politiek en kunst terwijl ze genoten van maté [4].

Enrique kwam uit een muzikaal milieu maar werd al vroeg wees. Hij zag de armoede en had de bloedbaden van de zogenaamde ‘Tragische Week’ in 1919 [5] meegemaakt. Dit bleef in zijn geheugen gegrift.

[3] – [5]

[3] Abraham Regino Vigo (1893 Montevideo, Uruguay – 1957 Banfield) was een tot Argentijn genaturaliseerde schilder die wordt beschouwd als een van de vertegenwoordigers van de sociale kunst. Hij maakte prenten, etsen en houtsneden met sociale thema’s.
Agustín Riganelli (1890 Buenos Aires – 1949 id)
José Miguel Andrés Torre Revello (1893 Buenos Aires – 1964 id) was historicus, schrijver en beeldend kunstenaar.
Benito Quinquela Martín (1890 Buenos Aires – 1977 id) was schilder en wordt beschouwd als dé havenschilder bij uitstek en als een van de populairste Argentijnse schilders. Zijn schilderijen van havenscènes geven de bedrijvigheid, de levendigheid en de ruigheid van het dagelijkse leven in de haven van La Boca weer.
Juan de Dios Filiberto (1885 – 1964) was violist, dirigent, dichter en componist. Hij is componist van onder meer ‘Quejas de bandoneón’ en ‘Caminito’.
Santiago Stagnaro (1888 Montevideo, Uruguay – 1918 Buenos Aires) dichter, schilder en beeldhouwer. Hij was bovendien vakbondsleider en anarchistisch activist.
[4] maté: bittere kruidenthee dat met een metalen rietje uit een versierde kalebas wordt gedronken. Meestal gebeurt dit in groep en wordt de kalebas doorgegeven.

[5] De Tragische Week is de naam die wordt gebruikt voor de onderdrukking en het bloedbad waaraan de Argentijnse arbeidersbeweging ten prooi viel, waarbij in de tweede week van januari 1919 in Buenos Aires honderden mensen werden vermoord onder de radicale regering van Hipólito Yrigoyen. Het conflict ontstond met een langdurige staking in de metaalfabriek Talleres Vasena en escaleerde, aangewakkerd door de onverzettelijkheid van de werkgevers, evenals het gewelddadige optreden van stakingsbrekers. Er onstonden paramilitaire groeperingen die werden gesteund door de regering, de politie en het leger, waarbij duizenden mensen werden vermoord, gearresteerd en gemarteld, terwijl de bevolking reageerde met een algemene volksopstand. Verschillende historici beschouwen het als een van de eerste daden of op zijn minst een voorloper van staatsterrorisme in Argentinië.

Home  Terug naar Inhoud  Start

Tango

Een van zijn eerste composities in 1926 ‘Que vachaché’ had aanvankelijk weinig succes. Hij gaf volop uiting aan zijn ongenoegen over de ongelijkheid in de samenleving en blindheid van de politici. Twee jaar later had ‘Esta noche me emborracho’ wel succes toen zangeres Azucena Maizani deze tango ten gehore bracht. De partituur verspreidde zich al vlug en de tango werd datzelfde jaar door verschillende orkesten op plaat gezet.
Datzelfde jaar blies Tita Merello ‘Que vachaché’ nieuw leven in en maakte het net zo populair. In 1928 ontmoette hij ook zijn partner, actrice/zangeres Tania, die zijn partner werd en hem de rest van zijn leven vergezelde.

Daarna volgden de succesnummers elkaar op: ‘Chorra’ , ‘Malevaje’ , ‘Soy un arlequín’ , ‘Tormenta’ en ‘Yira yira’ die tot op vandaag nog op milonga’s te horen zijn.

Hoewel hij de zoon was van de Italiaanse muzikant Santo Discépolo kon hij geen noten lezen en zijn eigen melodiën niet in notenschrift omzetten. Als hij een nummer verzon, rende hij naar buiten om een vriend te zoeken die hem kon helpen het op te tekenen. Hij zong of floot de aria aldoor zonder zich iets van voorbijgangers aan te trekken. Meestal was het pianist Lalo Scalise [6] die zijn ideeën op partituur zette.

Jeugdvriend Carlos Gardel heeft veel van zijn tango’s ingezongen. Ze maakten samen de kortfilm ‘Yira, Yira’.

[6]

[6] Lalo Scalise Regard (1912 Buenos Aires – 1972 Caracas, Venezuela) was pianist orkestleider en componeerde een tiental tango’s.

Home  Terug naar Inhoud  Start

Europa

Op een dag besloot hij om met Tania naar Europa te reizen om daar naam te maken. Zijn werk was er ondertussen al bekend. Zijn vrienden uit de tangowereld organiseerden een groot festival in het Luna Park om geld in te zamelen voor de reis. Discépolo presenteerde er ‘Historia del Tango’ met 60 muzikanten uit talrijke orkesten. Aanwezig waren Francisco Canaro, Julio De Caro, Francisco Lomuto, Fernando Ochoa, Ernesto Famá, Ignacio Corsini, Azucena Maizani, Edgardo Donato, Alberto Vila en onder meer zangeres Tania.

Enrique Santos Discépolo en Tania

Midden en rechts Discépolo en Tania

Spanje

Discépolo, Tania en pianist Lalo Scalise reisden in 1935 af naar Spanje. In Madrid werd er een selectie van Spaanse muzikanten gemaakt om Scalise te begeleiden. Ze traden met groot succes in het Teatro Casablanca en het Teatro de la Música op onder leiding van Discépolo. Daarna veroverden ze Barcelona, waar zijn fans zijn bekendste nummers konden meeneuriën.

Ze trokken verder door Spanje en traden soms in kleinere steden op om hun vervoerskosten te bekostigen. Ze deden onder meer Mallorca en Sevilla aan waarvan hij later op de radio zei: “Sevilla is het feest van de zon, de blauwe lucht en de geur. Een geur van jasmijn die de straten overspoelt, die je lijkt te ruiken aan je handen, in de lakens, op de muren…” De stad deed vreemde dingen met hem en was inspiratie voor het schrijven van zijn zamba [7] ‘Cascabel Prisionero’.

Via Portugal en Marokko ging de toernee tegen de winter van 1936 verder naar Parijs.

[7]

[7] Zamba is een muziekgenre en een dans voor paren die wijdverspreid is in Argentinië. De muziek wordt met trommel en gitaar gespeeld en de dans bestaat uit choreografische figuren.

Parijs

In de Franse hoofdstad liep het niet zo goed. De Franse muzikantenvakbond eiste dat er voor elke buitenlandse artiest vijf Franse muzikanten zouden meespelen. Ze breidden het orkest uit om toch Argentijnse musici in de groep te krijgen. Ze werden gedwongen zich als gaucho’s te kleden maar daar verzette Discépolo zich fel tegen. Uiteindelijk won hij de strijd. De ontvangst door het publiek was niet zoals verhoopt vanwege de taalbarrière. Het was geen afgang maar er bleef een ietwat bittere nasmaak achter.

Het Franse platenlabel Pathé nodigde hen echter uit om platen op te nemen. In Rome kregen ze geen optreden vast en in Spanje was de burgeroorlog uitgebroken. Daarom pakten Discépolo, Tania en Scalise hun koffers en keerden ze halverwege 1936 terug de oceaan over. In Rio de Janeiro genoten ze van het mooie weer en verlengden hun verblijf met twee maanden omwille van het warme enthousiasme van het Braziliaanse publiek.

  • ‘Confesión’ Enrique Santos Discépolo 1936 beluister

Eenmaal terug in Buenos Aires vertelde Discépolo in radioprogramma’s over zijn ervaringen in Europa. Tussen de gesprekken door leidde hij een orkest met jonge talenten zoals Aníbal Troilo, Héctor Varela en Armando Blasco. Het platenlabel RCA Victor nam enkele nummers van dit orkest op.

  • ‘Desencanto’ Enrique Santos Discépolo canta Tania 1937-02-01 beluister
  • ‘Un reproche’ Enrique Santos Discépolo canta Tania 1937-02-01 beluister

Home  Terug naar Inhoud  Start

Enrique Santos Discépolo in de filmwereld

Van de theaterwereld stapte Discépolo over op film. Gardel nam in 1930 enkele kortfilms met telkens een tangonummer als thema. Zo was ‘Yira, yira’ er één van en daarin was een dialoog tussen Gardel en Discépolo te zien. Kwam het door Carlos Gardel dat hij later de smaak vorr film te pakken kreeg?

In 1937 maakte hij zijn debuut als acteur in een langspeelfilm. Hij speelde een hoofdrol in ‘Melodías porteñas’ waarvoor hij zelf het scenario schreef. Hij acteerde in nog 6 andere films, schreef scenario’s en regisseerde.

Melodías porteñas filmaffiche

Home  Terug naar Inhoud  Start

De censuur van de dictatuur

Vanaf 1943 kwamen tango’s op de lijst van muziek die niet via de radio mochten worden uitgezonden. De militaire dictatuur lanceerde een campagne om schadelijke invloed op de cultuur of de prestige van het land in te perken. Lunfardo, elke verwijzing naar dronkenschap, prostitutie en pooierij, of immorel gedrag – toch veel aanwezig in de teksten van Discépolo -moesten uit de titels en teksten verdwijnen.
De beperkingen bleven van kracht toen generaal Perón in 1946 aantrad. In 1949 vroegen leden van de auteursvereniging Sadaic met onder meer Discépolo aan de bevoegde diensten om de beperkingen in te trekken, maar zonder resultaat echter. Na een audiëntie bij Perón, die beweerde er niet van op de hoogte te zijn, werden ze ongedaan gemaakt. Vele tango’s konden weer op de radio komen.

Home  Terug naar Inhoud  Start

Tania

Discépolo had een 24 jaar durende relatie met de Spaanse zangeres Tania [8]. Zij was zijn rots in de branding en maakte veel mogelijk. Ze reisde mee van hot naar her, acteerde mee in films… Het paar is echter nooit getrouwd, aangezien Ana Luciano – de echte naam van de zangeres – al getrouwd was toen ze uit Spanje kwam en er legaal nog geen echtscheiding bestond.
In 1944 vestigden ze zich in het naburige Uruguay. In het Teatro Solís in Montevideo presenteerde Discépolo zijn toneelstuk ‘Wunder Bar’. Daarna vertrokken ze naar Punta del Este en besloten er een nachtclub te openen met de naam van het toneelstuk, beheerd door Tania. Halverwege het jaar keren ze terug naar Buenos Aires.

Enrique Santos Discépolo en Tania
[8]

[8] Ana Luciano Divis alias Tania ( 1908 Toledo, Spanje – 1999 Buenos Aires), was een Spaanse actrice en tangozangeres die het grootste deel van haar carrière in Argentinië doorbracht.

Raquel Díaz de Leon

Datzelfde jaar reisden Tania en Discépolo naar Mexico en Cuba. In Mexico ontmoette Discépolo actrice Raquel Díaz de Leon [9] waarmee hij een relatie begon. Enkele jaren later keerden Tania en Discépolo terug naar Mexico. Raquel raakte echter zwanger maar discépolo besloot na enkele maanden met Tania naar Argentinië terug te keren. Zijn enige zoon, Enrique Luis [10] zou hij nooit zien maar hij maakte wel geld over en wees Tita Merello en Luis Sandrini die toen in Mexico woonden als peetouders aan. Na de dood van Discépolo in 1951 begon een juridische strijd voor de erkenning van de zoon en de erfenis. De rechter oordeelde in het voordeel van Tania omdat er een testament was ogemaakt.

[9] en [10]

[9] Raquel Díaz de León (1927 Guadalajara, Jalisco, Mexico- 2015 id) was een actrice, journaliste, dichteres, vertelster en essayiste.
[10] Enrique Luis Santos Discépolo Díaz de León (1947 – 2017) schreef één tango ‘Pregunto’.

Home  Terug naar Inhoud  Start

Steun aan Perón

Enrique Santos Discépolo steunde president Juan Domingo Perón [11]. Hij creëerde in 1951 de beroemde radiomonologen “Mordisquito”, waarin hij de oppositie tegen Perón bekritiseerde. Perón waardeerde de steun van Discépolo als een waardevol onderdeel van zijn politieke machtsstructuur. Discépolo had ook een goede band met presidentsvrouw Evita, waarmee hij lange gesprekken over kunst voerde.

Discépolo’s inzet voor het peronisme was een controversiële facet van zijn latere leven. Veel van zijn vrienden keerden zich van hem af. Niemand kwam naar zijn toneelstuk ‘Blum’ kijken en hij werd overspoeld met bedreigingen. Het deed hem pijn dat velen hem niet meer groetten, dat sommigen van de stoep afsprongen als ze hem zagen of dat hij een restaurant moest verlaten vanwege het gefluit van de gasten. Hij raakte in een depressie die uiteindelijk tot zijn dood leidde in 1951.

[11]

[11] Juan Domingo Perón (1895 Lobos, prov. Buenos Aires– 1974 Olivos, prov. Buenos Aires 1974) was een Argentijns politicus, militair en essayist, die driemaal president van het land was. Hij is de grondlegger van het peronisme of justicialisme, de enige persoon die driemaal tot president van Argentinië is gekozen en de eerste die via algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen is gekozen.

Home  Terug naar Inhoud  Start

Eerbetoon aan Enrique Santos Dicépolo

Nummers aan hem opgedragen:

  • ‘Discepolín’ componist Aníbal Troilo, tekst Homero Manzi, versie Troilo canta Raúl Berón 1951-06-01 beluister
  • ‘Ché Discepolín’ componist Osvaldo Berlingieri, tekst Héctor Mendez, versie Baffa – Berlingieri canta Robert Rufino 1969-04-21 beluister
Enrique Santos Discépolo postzegel

Home  Terug naar Inhoud  Start

Voor de fanaten

Biografie tangosalbardo
Lijst werken met links op volgende pagina.
Discépolo en Perón infobae

Pagina’s: 1 2