Bandoneonspeler, schilderes.
Geboren als Federico, Graciana Nélida op 29 april 1920 (Buenos Aires).
Overleden op 24 mei 2007 (Buenos Aires).
Inleiding
Nélida Federico werd in Buenos Aires in een muzikale familie geboren. Het gezin verhuisde naar Carmen de Patagones [1], maar keerde later naar Buenos Aires terug omdat de vader ernstig ziek werd.
Van kindsbeen af werd ze ondergedompeld in muziek. Haar vader, Francisco [2] was violist en beroepsmuzikant en haar vier jaar oudere broer Domingo Federico speelde bandoneon. Toen ze zes was, leerde ze piano maar door haar broer bandoneon te zien spelen begon ze zelf ook het instrument te hanteren.
Terug in Buenos Aires moesten Nélida en haar broer na schooltijd de kost verdienen. Tegen hun ouders zeiden ze dat ze in een theehuisje werkten maar in werkelijkheid traden ze in tavernes en dansgelegenheden op. Nélida zong en Domingo speelde bandoneon.
Op een dag bood Domingo haar aan om een tango te leren spelen op bandoneon en ze zei: “Hoe moet ik spelen als ik de partituur niet ken…”. Maar hij drong aan. En in anderhalf uur leerde hij Nélida ‘Zorro gris’ [3] spelen. Ze toonde het haar vader en die zei: “Dit meisje moet men bandoneon laten spelen”. De volgende dag begon Nélida serieus te oefenen.
In het spoor van Paquita Bernardo en Fermina Magistany [5] is ze een van de getalenteerde vrouwen die in de jaren ’20 het aandurfde om bandoneon te spelen. Dat instrument bleef lang voor vrouwen ongepast geacht omdat men daarvoor de benen moest openen en sluiten.
[1] – [4]
[1] Carmen de Patagones of kortweg Patagones is de meest zuidelijke stad van de provincie Buenos Aires op zo’n 900 km ten zuidoosten van de hoofdstad.
[2] Francisco Federico (overleden in 1975) was muziekleraar, speelde verschillende instrumenten en componeerde een tiental tango’s onder meer ‘Saludos’ samen met zoon Domingo en ‘A Martín Fierro’.
[3] ‘Zorro gris’ tango (1921) van Rafael Tuegols en Francisco García Giménez.
[4] Fermina Magistany (1897 Las Flores, prov. Buenos aires – 1985) was muzikale duizendpoot en had een eigen orkest. Ze begeleidde Paquita Bernardo verschillende keren op piano. Ze speelde ook bij grote namen als De Caro, Canaro, Firpo en Laurenz.
Muziekloopbaan
Samen met met haar broer Domingo vormde Nélida, toen 10 jaar oud het Duo Federico. Eerst zong ze en speelde hij bandoneon maar algauw vormde ze een bandoneonduo. Ze traden in theaters, bioscopen en cafés op, ook buiten Buenos Aires.
“We deden wat men variété noemt, hebben lang in het oude Teatro San Martín gestaan. We gingen voor een week en bleven uiteindelijk drie maanden en hadden veel succes omdat het iets heel bijzonders was”, herinnerde ze zich in een intervieuw [5].
Hun bandoneonoptreden kwam vaak na dat van bekende orkesten. Dit contrast werd de basis van hun succes. “Op een keer had mijn broer een afspraak, hij kon niet komen en zei dat ik alleen moest spelen. Je weet wel, ik, een klein meisje met een kort rokje en mijn beentjes bij elkaar… De belangrijke orkesten van die tijd waren net klaar met spelen en plotseling ging het gordijn open en stond ik daar helemaal alleen. Mijn broer hoorde het op de radio en zei dat het goed was gegaan”.
“Er waren toen twee dingen die ze over mij zeiden. Eerst: ‘De jongen speelt, het meisje niet’. En daarna: ‘Het meisje speelt enkel op gehoor en kijkt nooit naar de partituur’. Op een dag ging mijn broer van het podium af om met een paar vrienden te praten en liet mij alleen verder spelen. Toen hij bij de tafel van zijn vrienden aankwam, was het eerste dat ze zeiden: ‘Hé, maar het meisje speelt ook…’. Dat deed hij met opzet omdat hij wist wat de mensen dachten”, vertelt Nélida.
Ze werd nooit veroordeeld omdat ze als vrouw een zogenaamd ‘mannelijk’ instrument bespeelde. Nélida werd een attractie voor het publiek, eerst omdat ze een meisje was maar later omwille van haar stijl en talent. Ze kreeg complimenten en bloemen van bewonderaars. Of zoals ze zelf zei: “Het publiek wordt veroverd met kwaliteit”.
Toen Nélida veertien was, richtte Domingo een orkest met uitsluitend jonge dames op, voor tijd ongebruikelijk, waarin ze bandoneon speelde. Al op haar 17 jaar kreeg Nélida de leiding over het orkest omdat haar broer zijn eigen weg ging. Dat hield ze een tijdje vol maar temperamentvol als ze was, trad ze ook solo op: “Als je in een orkest speelt, moet je je temperament opzij zetten. Je moet altijd hetzelfde spelen zodat het orkest goed klinkt”.
[5]
[5] vertaald uit een intervieuw van 2003.
Kunstroeping
Buiten muziek tekende en schilderde Nélida met succes. Tussen 1936 en 1940 zelfs intensief maar weinig werk is uit die periode bewaard gebleven.
In 1946, vijfentwintig jaar oud liet ze alles vallen en trouwde ze met Adelmo Panini. Ze zei de kunst vaarwel om haar kinderen groot te brengen.
Na 20 jaar hevatte ze haar kunstactiviteiten. Zoals ze zelf zei: “Ik ben een voorbeeld voor vrouwen die vinden of zeggen dat ze door te trouwen alles hebben verloren. Nee. Wie wil, kan terugkomen. In 1967 ben ik weer begonnen met schilderen.”
Ze werd bekend om haar olieverfschilderijen. Haar werk werd vaak tentoongesteld en ze won ook prijzen en sleepte speciale vermeldingen in de wacht.

Op oudere leeftijd hervatte Nélida haar muzikale carrière daarin volop gesteund door haar familie. Ze trad weer in theaters en voor de radio en verscheen ze op televisie Op 80-jarige leeftijd nam ze haar eerste en enige album op. Haar laatste recital gaf ze op haar 86ste in de Academia Porteña del Lunfardo. Ze overleed in 2007, op 87-jarige leeftijd.
