Pianist, componist en dirigent.
Geboren 10 mei 1884 (Las Flores – prov. Buenos Aires).
Overleden 14 juni 1969 (Buenos Aires).
- Inleiding
- Muziekloopbaan
- Vernieuwer Roberto Firpo
- La cumparsita
- Roberto Firpo als componist
- Eerbetoon aan Roberto Firpo
Gepubliceerd 20 februari 2025

Inleiding
Roberto Firpo is relatief onbekend maar was een vernieuwer van de tango. Hij speelde een belangrijke rol bij het invoeren van de piano als begeleidend instrument. Als componist gaf hij de tango een romantische toets mee. De tangowals uit Buenos aires (valsecito porteño) kreeg zijn definitieve vorm dankzij hem en verschilde ook definitief van de Europese wals.
Van het enorme aantal opnames, ongeveer 2860, is weinig te vinden en daardoor is zijn orkest wat in de vergeethoek beland.
Zijn droom was het een piano te kopen en hiervoor moest hij in zijn kinderjaren hard werken. Hij stopte met studeren om zijn vader in de winkel te helpen in zijn geboortestad Las Flores.
Met enkele dollars op zak arriveerde hij als tiener in Buenos Aires en ging er aan de slag als winkelbediende, metselaar, melkboer en arbeider. Dat alles om geld te sparen zodat hij zijn begeerde instrument kon kopen. Roberto zelf zei dat de dag dat hij zijn piano voor 200 peso kocht, de gelukkigste van zijn leven was.
19 jaar oud begon hij les te volgen bij de 8 jaar oudere Alfredo Bevilacqua [1], een van de groten uit die periode.
[1]
[1] Alfredo Alberto Bevilacqua, (1874, BA – 1874 BA), was een pianist, componist en bandleider die erkend wordt als een van de grootste vertegenwoordigers van de Guardia Vieja. Hij componeerde ‘Venus’ , ‘Independencia’ en ‘Apolo’.
Muziekloopbaan
Firpo debuteerde professioneel in 1907 bij een trio met violist Francisco Postiglione en klarinettist Juan Carlos Bazán [2], voor slechts 3 pesos en een maaltijd in Lo de Hansen, een zaak waar ’s nachts tangoliefhebbers samen kwamen.
Op een dag begon Juan Carlos aan een ander lokaal, El Velódromo, op zijn klarinet te improviseren met als doel volk te lokken voor Lo de Hansen. Het resultaat was dat Lo De Hansen leeg bleef en El Velódromo volliep.

Rond 1913 vormde Firpo zijn eerste ensemble en kreeg succes met nummers als ‘Argañaraz’ , ‘Sentimiento criollo’ , ‘De pura cepa’ en ‘Marejada’. Hij speelde in verscheidene groepen met diverse bezetting.
Meer dan eens deelde hij het podium met het duo Gardel-Razzano en verdroeg telkens weer hun plagerijen. Samen maakte ze slechs één opname, ‘El moro’ in 1917. (Je kunt de piano en de klarinet horen)
- ‘El Moro’ Roberto Firpo, Gardel-Razzano 1917 beluister
[2] – [4]
[2] Juan Carlos Bazán ( 1887, BA – 1936 La Plata, prov. BA) was een saxofonist, klarinettist, orkestleider, tekstschrijver en componist die de bijnaam El Gordo Mamadera had en sommige van zijn werken ondertekende met het pseudoniem El Mosquetero.
[3] Lo de Hansen was een restaurant dat in 1877 werd opgericht door de Duitse immigrant Juan Hansen, in de wijk Palermo, in het zuid-oosten van Buenos Aires. Het wordt door velen belangrijk beschouwd in de geschiedenis van de tango. Het gebouw werd in 1912 gesloopt.
[4] El Velódromo in 1899 ingehuldigd, was gelegen in het hart van het Tres de Febrero Park, in de wijk Palermo, in het zuid-oosten van Buenos Aires. Overdag was het een velodroom met een houten tribune en ’s avonds was het een dansgelegenheid.
Vernieuwer Roberto Firpo
Roberto Firpo was samen met Francisco Canaro één van de vernieuwers van die tijd.
Firpo begon piano te spelen bij klarinettist Juan Carlos Bazán en richtte later zijn eigen kwartet op. Toen in 1913 de club Armonville een wedstrijd organiseerde om een nieuw huisorkest te kiezen, won Firpo. Éen van de gitaristen van de andere ensembles ging op hem af om hem zogenaamd te feliciteren maar stak hem in de rug zodat Firpo in het ziekenhuis belandde.
Niet alle gitaristen waren zo boosaardig. Zo bijvoorbeeld Leopoldo Thompson [5] die op contrabas overschakelde en nog een tijdje bij Firpo zou spelen.
Aanvankelijk speelden piano en gitaar nog gezamelijk maar de gitaar werd door de slagkracht en de vele mogelijkheden van de piano geleidelijk weggedrukt.
Na de piano introduceerde Firpo ook een andere innovatie: er kwam een tweede viool bij. Zo maakte hij de weg vrij voor tegenzang [6]. Geen enkel Orquesta Típica had dit ooit eerder gedaan. Er kwam nog een extra bandoneonspeler bij en zo werd Firpo de bezieler van het sexteto típico [7]
Samen met Francisco Canaro vormde hij in 1917 en 1918 een orkest met maar liefst 32 muzikanten om het carnaval in Teatro Opera in Buenos Aires te animeren. Dat werd de aanzet voor zijn orquesta típica.

Estribillista
Nog een belangrijke vernieuwing waarvoor Firpo tekende, bestond erin dat hij voor de eerste keer met een estribillista werkte, een zanger die slechts 1 strofe of refrein zingt. Daarmee liep hij jaren vooruit op de populariteit van de estribillistas vanaf 1926.
- ‘Patotero sentimental’ canta Ignacio Corsini 1922 beluister
Hij deed de belangrijkste plaatsen zoals Armenonville [8] en Palais de Glace [9] aan, eerst met zijn gezelschappen daarna met zijn orkest. Het bracht hem, samen met zijn opnames, faam en rijkdom.
[5] – [9]
[5] Leopoldo Thompson geboren als Thompson, Ruperto Leopoldo (1890 BA – 1925) alias El Negro was gitarist en contrabassist en speelde onder meer bij Francisco Canaro, Francisco Lomuto en Roberto Firpo.
[6] Tegenzang: antwoord in een reizang op een vorige zang.
[7] Sexteto Típica: 1 pianist, 1 contrabassist, 2 bandoneonspelers en 2 violisten.
[8] De Armenonville was een van de meest luxueuze cabarets in Buenos Aires tussen 1910 en 1920. Het was in de wijk Recoleta gelegen in het oosten van Buenos Aires aan de Río De La Plata. Het gebouw was gebouwd naar het voorbeeld van het Pavillon d’Armenonville dat nog steeds bestaat in het Bois de Boulogne in Parijs.
[9] Het Palais de Glace in de wijk Recoleta in het oosten van Buenos Aires aan de Río De La Plata werd in 1910 geopend als schaatsbaan en een club voor de bourgeoisie. Het werd enkele jaren later overgekocht en omgebouwd tot een danszaal en werd de plek waar de high society bijeenkwam voor tango-evenementen. Veel van de grote tango-orkesten van de jaren 1920 zoals die van Francisco Canaro, Roberto Firpo en Julio De Caro passeerden er. Nu is het een tentoonstellingscentrum.
De veeboer
Rond 1930 kocht hij een hacienda en investeerde het meeste van zijn overige geld in vee. Volgens sommige bronnen trok hij zich terug uit de tangowereld maar zijn discografie toont aan dat hij opnames bleef maken.
Het eerste jaar verdiende hij een miljoen peso maar het jaar erop verdronk het merendeel van zijn veestapel door de typische overstromingen van de Río Paramá. Hij zocht zijn geluk nog op de beurs maar zonder succes.
De carrière van Firpo verliep heel divers. Buiten zijn eigen orquesta típica trad hij vanaf de jaren ’30 ook op met kleine gezelschappen onder andere het Quinteto de Antes waarin Juan Cambareri, El Mago del Bandoneón speelde.
Ondanks het feit dat hij vandaag nog weinig op milonga’s wordt gespeeld, heeft hij bakens verzet. Velen na hem hebben zijn nummers vertolkt. Hij componeerde meer dan 100 nummers waarvan een hele boel walsen. Hij ging de studio in voor meer dan 2800 nummers. Helaas zijn er vandaag maar weinig van terug te vinden.
In 1959 stopt zijn professionele carrière en op 14 juni 1969 speelt zijn leven de laatste noot.
La cumparsita
Hij speelde ook een rol in de ontwikkeling van ‘La cumparsita’. In april 1916 kwam de jonge Uruguayaan, Matos Rodríguez via een vriend met Roberto Firpo in contact en liet hem de bladmuziek van zijn compositie zien. Op dat moment speelde Firpo met zijn kwartet in Café La Giralda, het tangohart van Montevideo.
De maestro stemde ermee in het nummer te spelen maar maakte er een nieuwe versie van. In plaats van het ritme van een mars maakte hij er een tango van. Hij verwerkte er delen van zijn tango ‘La gaucha Manuela’ in en liet zich ook inspireren door ‘Miserere’ een opera van Giuseppe Verdi. Firpo speelde het nummer diezelfde nacht nog. Het werd meteen goed onthaald en nadien door heel wat orkesten overgenomen.
Firpo bood vervolgens Rodríguez aan de tango samen te ondertekenen maar deze laatste weigerde resoluut en het is Firpo nooit gelukt om als medecomponist erkend te worden.
- Vergelijk ‘La gaucha Manuela’ met ‘La cumparsita’ beluister
Roberto Firpo als componist
In 1907 componeerde hij ‘La Chola’ , ‘El compiche’ en ‘La gaucha Manuela’ en in 1913 behaalde hij zijn eerste succes met ‘Argañaraz’, ‘Sentimiento criollo’, ‘De pura cepa’ en ‘Marejada’.
Het jaar erna verscheen ‘Alma de bohemio’, een nummer waarvan de romantiek afdruipt, één van zijn beroemde nummers.
Nog enkele merkwaardige nummers zijn ‘Fuegos artificiales’ , ‘El amanecer’ en ‘La carcajada’ omdat hier met instrumenten geluiden worden nagebootst.
Het ritme van de wals sprak hem fel aan en verwerkte hij in zijn nummers. Heel wat van zijn tangowalsen vonden weerklank in onder andere ‘Pálida sombra’ , ‘Horizonte azul’ , ‘Noche calurosa’ , ‘Ondas sonoras’ en ‘Noches de frío’.
- ‘Alma de bohemio’ Roberto Firpo 1927 beluister
- ‘Fuegos artificiales’ Roberto Firpo 1927 beluister
- ‘La carcajada’ Roberto Firpo 1935 beluister
- ’Noche calurosa’ Roberto Firpo 1936 beluister
- ’Noches de frío’ cuarteto Roberto Firpo 1937 beluister
Eerbetoon aan Roberto Firpo
- ‘A Roberto Firpo’ componisten Miguel Villasboas en Orlando Romanelli, versie van Miguel Villasboas y Su Sexteto Típica 1969 beluister
- ‘Firpo tango’ versie Trio Obscur beluister
Voor de fanaten
Discografie: Milongandoblog (Italiaans)