Tango 1929.
Componist en tekstschrijver: Enrique Santos Discépolo.
Gepubliceerd 20 november 2025

Inleiding
‘Yira yira’ is geschreven en gecomponeerd door Enrique Santos Discépolo. Het is een van zijn vele tango’s met maatschappijkritische inslag. Het lied refereert aan Argentinë ten tijde van de grote depressie.
De tekst is geïnspireerd door een omslag in Discépolo’s leven. In 1927 kwam hij terug van een tournee waaraan hij geen centavo overhield. Hij ging toen bij zijn broer Armando wonen in een huisje in Calle Laguna. ‘Yira yira’ is er geboren.
In de periode 1943-1949 had het nummer te lijden onder de censuur van de regering Péron, namelijk de titel ‘Yira, yira’ werd ‘Camina, camina’ (Wandel, wandel). De hele tekst moest worden aangepast vanwege het Lunfardo, het dialect van Buenos Aires, dat niet langer toegelaten was.
Gek genoeg zette Discépolo zich actief in voor Péron. Zijn peronistische activisme, onder meer op de radio, isoleerde Discépolo. Hij werd tegengewerkt. Aan dat sociale isolement ging Discépolo ten onder: hij stierf in 1951, eenzaam en alleen zoals het personage in deze tango.
Tekst
Yira yira (Het draait, het draait)
Cuando la suerte qu' es grela [1],
fayando y fayando [2]
te largue parao;
cuando estés bien en la vía,
sin rumbo, desesperao;
cuando no tengas ni fe,
ni yerba de ayer
secándose al sol;
cuando rajés los tamangos
buscando ese mango [3]
que te haga morfar...
la indiferencia del mundo
-que es sordo y es mudo-
recién sentirás.
Als het lot je keer op keer,
als afval behandelt,
je gebroken achterlaat;
wanneer het je goed gaat,
plots stuurloos, wanhopig;
wanneer er geen hoop meer is,
noch de glans van gisteren
die verdampt in de zon;
wanneer je schoenen verslijten
op zoek naar die ene peso
om wat in je maag te krijgen...
De onverschilligheid van de wereld
is doof en stom...
dat zul je geweten hebben.
[1] – [3]
[1] grela: (lunf.) vrouw van een schurk (VB), vrouw (LCV.), minnares, geliefde// (juv.) Vuil
[2] fayar: (pop.) Op zijn woord terugkomen, zich niet aan zijn woord houden, bedriegen// zich vergissen, falen.
[3] mango: (lunf.) Oud één peso biljet.
Verás que todo el mentira,
verás que nada es amor,
que al mundo nada le importa...
¡Yira!... ¡Yira!... [4]
Aunque te quiebre la vida,
aunque te muerda un dolor,
no esperes nunca una ayuda,
ni una mano, ni un favor.
Je zult zien dat alles een leugen is,
dat niets liefde is,
de wereld niets om je geeft...
Yira!... Yira!...
Zelfs als het leven je breekt,
zelfs als de pijn je overmant,
verwacht dan nooit hulp,
een hand of een gunst.
[4]
[4] Yirar: door de straten dwalen; lopen; op zoek naar klanten op straat gaan door prostituees.
Cuando estén secas las pilas
de todos los timbres
que vos apretás,
buscando un pecho fraterno
para morir abrazao...
Cuando te dejen tirao
después de cinchar
lo mismo que a mí.
Cuando manyés [5] que a tu lado
se prueban la ropa
que vas a dejar...
Te acordarás de este otario
que un día, cansado,
¡se puso a ladrar!
Als de batterijen
van alle deurbellen
die je indrukt leeg zijn,
op zoek naar een troostende schouder
om omarmd te kunnen sterven...
Wanneer ze je uitgeteld achterlaten
na hard zwoegen
zoals mij is overkomen.
Wanneer je doorhebt dat
ze wachten om de kleren
die je achterlaat in te pikken...
Dan zal je je deze naïeveling herinneren
die op een dag, doodop,
begon te janken!
[5]
[5] manyado: gekend
De kortfilm Yira yira
‘Yira yira’ is ook een zwart-wit kortfilm gebaseeerd op het nummer. Eduardo Morera regisseerde hem en Carlos Gardel en Discépolo zelf speelden de hoofrollen.
De film werd in 1930 opgenomen in Buenos Aires en ging er in 1931 in première. Hij wordt samen met Gardel’s andere kortfilms beschouwd als een van de eerste Latijns-Amerikaanse films waarbij geluid tegelijk met het beeld werd opgenomen. Het is eigenlijk een voorloper van de videoclip.
De film begint met een dialoog tussen Gardel en Discépolo:
Carlos: “Decime Enrique. ¿Qué has querido hacer con el tango ‘Yira… yira’?”
Enrique: “Una canción de soledad y de desesperanza.”
Carlos: “Hombre, así lo he comprendido yo.”
Enrique: “Por eso es que lo cantás de una manera admirable.”
Carlos: “¿El personaje es un hombre bueno?”
Enrique: “Si. Es un hombre que ha vivido la bella esperanza de la fraternidad durante cuarenta años y de pronto un día, a los cuarenta años, se desayuna con que los hombres son unas fieras.”
Carlos: “Pero decís cosas amargas.”
Enrique: “No pretenderás que diga cosas divertidas un hombre que ha esperado cuarenta años para desayunarse.”
Gardel zingt begeleid door de gitaristen Ángel Domingo Riverol, Guillermo Barbieri en José María Aguilar, al komt de laatste niet in beeld.
Versies
- Orquesta Típica Victor canta Alberto Gómez en Alberto Vila 1930 beluister
- Francisco Canaro canta Luis Díaz 1930 beluister
- Enrique Delfino canta Sofia Bozán 1930 beluister
Uitgebreide lijst op volgende pagina
film ‘Yira yira’ 1930
Van Enrique Santos Discépolo:
‘Cambalache‘ , ‘Canción desesperada’ , ‘Cascabel prisionero’ , ‘Chorra’ , ‘Esperar’ , ‘Esta noche me emborracho’ , ‘Hiéreme’ , ‘Infamia’ , ‘Martirio’ , ‘Melodía porteña’ , ‘Miguellito’ , ‘Noche de abril’ , ‘Primavera’ , ‘Qué napa señor’ , ‘Que Vachaché’ , ‘Quién más quién menos’ , ‘Secreto’ , ‘Soy un arlequín’ , ‘Sueño de juventud’ , ‘Tormenta’ , ‘Tres esperanzas’ , ‘Victoria’ en ‘Yira yira‘.