Home » Homero Manzi

Homero Manzi

Dichter, tekstschrijver, journalist, politicus, scenarist en filmregisseur.
Geboren 1 november 1907 (Añatuya, Santiago del Estero) als Manzione, Homero Nicolás. Bijnamen: Arauco en Barbeta.
Overleden 3 mei 1951 (Buenos Aires)

Inleiding

Homero Nicolás Manzione, later Manzi genoemd, werd in 1907 als vijfde van negen kinderen geboren. Zijn moeder Ángela Prestera was Uruguayaanse en vader Luis Manzione een bescheiden Argentijns landeigenaar.

In zijn jongste jaren groeide hij in Añatuya op, een stad in de provincie Santiago del Estero [1]. Negen jaar oud nam zijn moeder hem mee naar Buenos Aires terwijl zijn vader in Añatuya bleef. Enkel zijn vakantie bracht hij nog in zijn geboortestad door. Homero ging met een van zijn broers op internaat in de wijk Pompeya en raakte vertrouwd met de cultuur van de buitenwijken. In onder meer ‘Barrio de tango’ en ’Sur’ kwam dat duidelijk tot uiting.

Niettemin benadrukte Manzi zijn verbondenheid met zijn geboortestreek en haar inlandse bevolking. Soms ondertekende hij zijn werk met het pseudoniem Arauco [2]. Op zeer jonge leeftijd sloot hij zich bij de Unión Cívica Radical [3] aan. Zijn verblijf in Pompeya inspireerde hem in zijn latere tangoteksten.
Hij was ook een fanatieke fan van Club Atlético Huracán, een sport- en voetbalclub in de buurt.

Op 24-jarige leeftijd trouwde hij met Casilda Iñiguez. In maart 1933 kregen ze een zoon, Acho.

[1] en [3]

[1] Santiago del Estero met gelijknamige hoofdstad is een van de 23 provincies van Argentinië, gelegen in het noorden van het land.
[2] Arauco verwijst naar het rebelse karakter van de oorspronkelijke bevolkingsgroep, de Mapuche.
[3] De Unión Cívica Radical (UCR) is een politieke partij in Argentinië die op 26 juni 1891 werd opgericht door Leandro N. Alem. In de loop van haar geschiedenis heeft zij verschillende gedaanten en breuken gehad en heeft zij het land 10 presidenten geleverd. De UCR bracht groepen samen met verschillende radicale ideologieën.

Theater

Als tiener regisseerde en acteerde hij in plaatselijke theaters maar schreef er ook liedjesteksten voor. De eerste tekst die bewaard is gebleven ‘¿Por qué no me besas?’ schreef hij in 1922.

‘Porque no me besas’ (V) Ignacio Corsini met gitaarbegeleiding 1926 beluister

In 1926 raakte hij bevriend met pianist-componist Sebastián Piana en Cátulo Castillo [3], een andere opmerkelijke schrijver en componist. Door hun invloed, en vooral van schrijver José González Castillo [4], vader van Cátulo, legde hij zich op literatuur toe.
Allemaal waren ze lid van de Grupo de Boedo, in de jaren ’20 een informele avant-garde kunstenaarsgroep die werd gekenmerkt door zijn sociale thema’s en linkse ideeën.

Homero Manzi in gezelschap

Cátulo Castillo, Homero Manzi, Sebastián Piana en Pedro Maffia

Na een korte carriére in de journalistiek werkte Manzi tot 1930 als leraar literatuur. Wegens zijn militante steun aan de ten val gebrachte Hipólito Yrigoyen die opkwam voor de armen, en zijn activistische rol bij de Universitaire Hervorming werd hij door de regering voor kort gevangen gezet en als leraar ontheven. Van toen af wijdde hij zich volledig aan de kunst.

[3] en [4]

[3] Cátulo Castillo geboren als González Castillo, Ovidio Cátulo 1906 (Buenos Aires) – overleden 1975 (Buenos Aires) was een bekende Argentijnse tangodichter, orkestleider, docent en componist. Hij was componist van de beroemde tango’s: ‘Organito de la tarde’ en ‘El aguacero’ met teksten van José González Castillo, zijn vader. Hij was ook bokser.
[4] José González Castillo alias Juan de León geboren 1885 (Rosario, Arg.) – overleden 1937 (Buenos Aires) was toneelschrijver, theaterregisseur, filmlibrettist en tangotekstschrijver onder meer van ‘Griseta’. Cátulo Castillo was zijn zoon.

Home Terug naar Inhoud Start

Politieke loopbaan

Homero Manzi verliet in 1935 de Unión Cívica Radical en richtte mee het FORJA [5] op, een beweging die ijverde tegen de invloed van het internationale kapitaal. Manzi bekritiseerde het regeringsbeleid tijdens de Década Infame [6] en zei over zijn geboortestreek dat Santiago del Estero geen arme provincie was, maar een verarmde provincie. Zijn acties leverden hem verbanning van de rechtenfaculteit op.
Na de Década Infame kwam Juan Perón aan de macht en Manzi zwichtte voor het diens nationalistisch populisme en nam afstand van het radicalisme. Hij deed in 1947 een toespraak op Radio Belgrano met als titel “Tablas de sangre del Radicalismo”.

[5] en [6]

[5] FORJA: Fuerza de Orientación Radical de la Joven Argentina, een beweging die pleitte voor een terugkeer naar de federalistische principes van de grondwet, en tegen de belangen van het internationale kapitaal.
[6] de Década Infama begon op 6 september 1930 met de militaire staatsgreep die de radicale president Hipólito Yrigoyen ten val bracht, er vonden tussenin verkiezingen maar er was veel corruptie. De periode eindigde in 1943 met de militaire staatsgreep die de conservatieve president Ramón Castillo ten val bracht.

Homero Manzi en tango

Hij schreef teksten voor muziek van de meest uiteenlopende componisten uitgevoerd door diverse orkesten en zangers. Hij was zeer goed bevriend met Aníbal Troilo, samen ontwierpen ze een 5-tal nummers onder meer ‘Barrio de tango‘ , ‘Romance de barrio‘ (V) en ‘Sur’ .

De tango ‘Malena’, met muziek van Lucio Demare werd ook een groot succes.

Met zijn zoon Acho bedacht hij in 1948 ‘El último organito’. Hij schreef ook nieuwe teksten op de tangowalsen ‘Desde el Alma’ van Rosita Melo en ’Frou frou’ van Henri Chateau.

Maar zowat een derde van zijn tangoteksten zijn geschreven op muziek van Sebastián Piana.

Piana – Manzi

De folkloristische genres stimuleerden hem, en samen met Sebastián Piana bracht hij het kwijnende milonga-genre weer onder de aandacht. Hun ‘Milonga sentimental’ (1931) betekende de vernieuwing van het genre. Manzi voegde daar een poëtisch hoogwaardige tekst aan toe. Het nummer werd door de toen populaire Carlos Gardel opgenomen. Er volgden er nog zoals ‘Milonga del novecientos‘ (1933), ‘Milonga triste‘ (1936) en ‘Milonga de los fortines‘ (1937).
Maar het stopte niet met milonga’s, de walsen ‘Esquinas porteñas’ , ‘Paisaje’ en de tango ‘El pescante’ waren ook van hun hand.

Censuur van de dictatuur

In 1943 voerde de militaire dictatuur een censuur op het lunfardo in. Ook alle referenties naar dronkenschap, amoreel of negatief taalgebruik werden verboden.
De tango ‘Tal vez será mi alcohol’ , in 1943 door Lucio Demare gecomponeerd en opgenomen, veranderde Manzi in ‘Tal vez será su voz’. De tekst paste hij aan zodat de hoofdpersoon niet langer het meisje was dat tot in de vroege uurtjes in het cabaret werkte.
De beperkingen gingen door toen de regering van generaal Juan Perón in 1946 aantrad. In 1949 vroegen de directeuren van SADAIC [7] waaronder Manzi tevergeefs bij de bevoegde instanties ze op te heffen. Op audiëntie bij Perón beweerde deze laatste niet op de hoogte te zijn van het bestaan van de richtlijnen. Er kwam een compromis. De auteursvereniging en de autoriteiten kwamen een lijst van populaire liedjes overeen die niet op de radio mochten komen.

[7]

[7] SADIAC of Sociedad Argentina de Autores y Compositores de Música. Auteursrechtenvereniging, bij ons SABAM.

Homero Manzi in de filmwereld

Eind jaren ’30 waagde hij zich aan de cinema. Hij schreef verschillende scenario’s waaronder ‘Nobleza gaucha’ (1937), een bewerking van een van de succesvolste stomme films in de geschiedenis van de Argentijnse cinema.
Er volgden nog tientallen scenario’s onder meer van ‘Todo un hombre’ (1943), ‘Donde mueren las palabras’ (1946), Rosa de América (1946) en ‘Escuela de campeones’ (1950).

In samenwerking met Ulyses Petit de Murat bewerkte hij de roman ‘La guerra gaucha’ van Leopoldo Lugones, die Lucas Demare [8] in 1942 onder dezelfde naam regisseerde. Dat zelfde jaar richtte hij samen met Petrone, Demare, Sebastián Chiola en producent García Smith het productiebedrijf Artistas Argentinos Asociados op, een van de pijlers van de nationale cinematografie werd.
In 1948 regisseerde hij ‘Pobre mi madre querida’ en in 1950 ‘El último payador’, gebaseerd op zijn eigen script.

Tegen die tijd was hij echter ernstig ziek. Hij bleef schrijven en werkte vooral samen met Aníbal Troilo. Kort voor zijn dood schreef hij op verzoek van Hugo del Carril ‘Payada para Perón’ en ‘Payada para Evita’. Op 3 mei 1951 stierf hij in Buenos Aires.

[8]

[8] Lucas Demare niet de componist Lucio Demare

Eerbetoon aan Homero Manzi

‘A Homero’ gecomponeerd door Aníbal Troilo met tekst van Cátulo Castillo, hier uitgevoerd door het orkest van Troilo, gezongen door Roberto Goyeneche 1961 beluister

Veel scholen, culturele centra en straten in Argentinië dragen zijn naam. Verscheidene monumenten werden ter ere van hem opgericht.

Beeld Homero Manzi Añatuya

Beeld in het centrum van zijn geboortestad Añatuya

De documentaire ‘Homero Manzi, un poeta en la tormenta’ , geregisseerd door Eduardo Spagnuolo, geeft een beeld van het leven van de dichter.
Bekijk hier deel 1, linken naar de andere delen op deze website.

Voor de fanaten

Biografie (Frans) lees